Naar de bekende weg vragen

Written by Bestuur on 20 januari 2009 18:08 – 18:08 -

Soms doe ik me dommer voor dan ik in werkelijkheid ben. Als iemand een minder intelligente vraag stelt, ben ik geneigd om een nog dommer of zelfs helemaal geen antwoord te geven. Stel, iemand vraagt aan mij “Wat is de hoofdstad van Frankrijk?” Dan heb ik vaak zin om “Madrid” te antwoorden. Dat is dan een grapje (een slecht grapje, maar toch). Want ik weet heus wel wat de hoofdstad van Frankrijk is. Dat is Parijs.

In mijn enthousiasme realiseer ik me niet altijd dat a) niet iedereen snapt dat ik een grapje maak en b) niet iedereen het grappig vindt. Hierdoor kom ik soms dommer over dan ik daadwerkelijk ben. Ik ben zeker niet de slimste persoon in de collegezaal, maar ik heb zelf het idee dat ik toch wel wát dingen weet. Zoals er dingen zijn waar ik helemaal niks over weet (kwantummechanica), zo zijn er ook dingen waar ik meer verstand van heb dan andere mensen. Een voorbeeld hiervan is de band Turin Brakes. Ik durf te beweren dat ik misschien wel het meeste van iedereen over die band weet. Dat ik dé autoriteit ben op het gebied van Turin Brakes. Hooguit op de band zelf na dan, al weten die vast een aantal dingen niet die ik zo kan opnoemen. En andersom is het ook het geval. Zij weten dingen die ik niet weet. Zolang Turin Brakes niet doorbreekt, heb ik echter vrij weinig aan deze kennis. Helaas. Maar ik dwaal af.

Mijn theorie is dat iedereen stilvalt wanneer je als spreker een te makkelijke vraag stelt. En die theorie wordt in de praktijk bijna dagelijks bewezen. Het zal niet de eerste keer zijn dat een spreker of docent een te makkelijke vraag stelt, met een ongemakkelijke stilte tot gevolg. Gemakkelijk = ongemakkelijk. Zo herinner ik mij de eerste studiedag Neerlandistiek In Het Nieuws. De studiedag was geweldig. Leuke sprekers, leuke onderwerpen, leuke workshops, maar af en toe kwamen de domme vragen toch om de hoek kijken: Wie weet welke literatuurgeschiedenis er voor de nieuwe is verschenen?

Dat weet ik.
Dat weten mijn buren.
Dat weten alle mensen in de zaal.

Iedereen weet ook dat we het allemaal weten. En dan valt er dus een pijnlijke stilte…

Uiteindelijk is er dan iemand die het antwoord zegt om de spreker uit zijn lijden te verlossen.

Vragen stellen aan je publiek is in principe goed, ga de dialoog vooral aan! Hou het levendig! Het is misschien moeilijk om je publiek in te schatten, maar als je weet dat je in een zaal vol studenten Nederlandse Taal en Cultuur staat, dan kun je die makkelijke vragen toch overslaan? Ga dan meteen naar “En wie werkten dan aan die literatuurgeschiedenis mee?” Dat weet niet iedereen. Dan daag je je publiek in ieder geval uit. Het boek zelf kwam toen bijna ieder college ter sprake, maar niet iedere student lette op welke letterkundigen aan de NLG (de bedoelde literatuurgeschiedenis) hadden meegewerkt. Dan test je je publiek en hoeven we niet met zijn allen te wachten op het goede, al bekende, antwoord. Een iets moeilijkere vraag activeert de mensen die het antwoord weten en zet de mensen die het niet weten aan het denken. Daarnaast spoor je de mensen die het niet weten aan, zodat ze bij een volgende vraag wél bereid zijn het antwoord te geven. En met een beetje geluk zag je toevallig van de week nog de naam van de persoon in de krant staan.

Misschien stel je als spreker een vraag die niemand weet. Maar dat is dus geen ramp. Daarvoor is het toch ook een onderwijsinstelling? Daarvoor is het toch een studiedag? Daar leert het publiek ten minste iets van. Je legt het uit en de volgende vraag weet dan misschien wel iemand. Dat is in ieder geval beter dan naar de bekende weg vragen. Want dat levert niks op… Nou ja, stilzwijgen.

Aanstaande 29 januari is de volgende Neerlandistiek in het Nieuws. Hopelijk met niet al te veel makkelijke vragen.


Tags: ,
Posted in Columns | No Comments »
RSS

    • Woe 29/9/2010: BBQ met Duitse studenten
    • Woe 29/9/2010: Duitsland-Nederland-Quiz
  • SVN-tweets

    Posting tweet...

    Powered by Twitter Tools